Huidhonger 2_day dreaming days

Op zijn fietske komt hij aangereden en zet zijn 2-wieler vlot op slot. Lange grijze haren, licht wippend, fladderend, klampen zich vast aan zijn kalende hoofd, alsof ze toebehoren tot één van de last of the Mohicans. Zijn jogging schreeuwt jaren 80, glimmend, suikerzoete vintage. Lenig loopt hij op zijn adidaskes het restaurant binnen en buiten, met een ober in zijn tred. Het is een warme pre-corona-zaterdag-avond, putteke zomer. De terrassen zitten nokvol, wat in mensentaal neerkomt op tergend lang zoeken naar een onbezet tafeltje in een overvolle stad. Restaurant in, restaurant uit. Dit krijg je – als niet speciale burger – wanneer je spontaniteit hoogtij wil laten vieren en niet reserveert. Suikerspiegel daalt in razendsnel tempo bij elk negatief geknik. Uitgehongerd, uitgedroogd zak je terug af naar de terrassen, waar je in het begin van de avond schampend voorbijliep, omdat een stoet van schoenen, hakken, teenslippers, sandalen en sneakers meekijkt in je bord of naar je mond, terwijl jij je best doet, onverschillig kijkend, keurig kauwend op dat stukje sushi, pizza, friet of paella, hopend dat deze keer je lip sausvrij is. Maar wij niet. Wij hebben sjans. Echt waar. We vinden dat laatste vierkante metertje terras en zetten ons neer, pal op een onzichtbare grens tussen – wat later ‘zijn’ restaurant blijkt te worden – en het ‘onze’, tenminste als je de ingang van het torenhoge appartementsgebouw er tussenin niet meetelt. Hoe cool is dat. De ober knikt en loopt terug naar binnen. De man in jogging zet zijn suikerroze (ook al) gsm aan zijn oor en draait zich om. Onze blikken kruisen en blijven hangen. S-l-o-w. M-o-t-i-o-n. 2 paar zachte ogen, blauw, en een glimlach. Eén voor hem en één voor mij. Ik herken hem wel (hij buiten kijf mij niet), maar hield hem eerst voor zijn broer. Spitting image. Of eigenlijk ook weer niet. Mr aerobics lijkt vriendelijker, de andere goddelijker. De ober verschijnt met extra tafel en stoelen. Het leven herstelt en versnelt. Voor mij en de man met zijn suikerspin plan.

Er groeit een boom uit mijn muur

Er groeit een boom uit mijn muur. Naïef en optimistisch staart het me aan, op 2 meter hoogte en 20 cm uitpuilend, amper een halve meter verwijderd van Míster Boeddha-Boeddha. 53 bladeren telt deze muurboom om precies te zijn en er zijn nog van die babybladjes in het verschiet. Wat een humor. Ze klampen zich vast op 2 takjes, uitsplitsend naar links, naar rechts en naar boven. Groen, dik, sappig en gezond wuiven ze naar mij. Waarschijnlijk aangestoken door hun buurman, die vanuit zijn nis overuren draait met zijn  waaiertje. Ik, gezeten aan de ontbijttafel, fronsend terugkijkend vanachter mijn laptop. Het bijzondere is dat ik geen tuin heb, geen grond, geen boordje, perkje, voor- of achtertuin. Niks. Onze buiten is een betonnen koer met grote, degelijke tegels en een mini houten platform, wat eigenlijk onze entree is naar de kelder, dit terzijde. Het is een stevige rechthoekige bunker. Zuidgericht, dat wel (gelukkig). Links is er het tuinhuis, wat onnozel lijkt, gezien wat ik hier allemaal boven neertype, en rechts heb je een hoge, potige muur om ons van pottenkijkers af te schermen, ietsiepietsie opgeschmukt met een kast, een spiegel, een paar potten met planten en kruiden en een achtergebleven kerstverlichting. En daartussen gewrongen staat een lange stenen, afbladerende, witgekalkte muur. Door de jaren heen behangen met wat prullen, zoals de zonne-energie-vretende Mister Boeddha-Boedha, een papegaai, een medium-grote cactus, nóg een spiegel, een lege limoncello-fles, een picnic-tafel inclusief afwasbaar tafelkleed (praktisch), een paar teveel gebruikte bistro-stoelen en enkele plastieken hangbloemen. Gewoon, om ons het gevoel te geven dat we op een zuiders terras zitten ergens in de Provence of in Umbrië. Enkel de ober ontbreekt. Wij hebben dat graag. Het is niet dat wij elk jaar de kans hebben om vakantie te vieren in het buitenland, dus vinden we het fun ons dagelijks op een terras te wanen in Opio of Sienna.. en laat ons Griekenland er ook nog bij nemen, we zijn niet hebberig, zie je, we blijven in Europa. Maar, dan is er dat takje, dat éénzaam, blijgezind takje op die grote lange stenen, witgekalkte, afbladerende muur. Dat takje dat vol lef zijn best doet om een boom te worden, zoals zijn moeder of vader of hoe je ook die joekel van een boom kan noemen, die bij onze achterburen midden in hun tuin staat. Die hebben een tuin, ja. En vanochtend stond in die tuin naast die grote boom een kraan en hingen er 2 mannen te bengelen druk bezig met het snoeien van takken. Dit is mijn kans, dacht ik. Hoe erg ook, Ik moet hen vragen de levensdraad of tak van het kleine broertjes- of zusjesboom, die net achter het muurtje – ons muurtje – zo overduidelijk groeit, door te zagen of af te knippen. Alleszins datgene of die reden van het bestaan van de tak die door mijn muur priemt. Die mannen keken me raar aan. Ze begrepen niks van wat ik hen allemaal probeerde duidelijk te maken. Van dat er een tak uit mijn muur groeit en dat Míster Boeddha-Boeddha er duidelijk geen last van had, maar dat ik me wel ongerust maak, omdat onze muur, tussen dit en een tot-nu-toe-voor-mij  ongekend tijdstip, eerst wel zal kruimelen om dan ongetwijfeld te evolueren naar het volgende verval stadium, nl. het afbrokkelen, en van daaruit moe gestreden zal neer kelderen op mijn zuiders geïmproviseerde koer. Ze keken over ons muurtje, haalden hun schouders op en keken míj fronsend aan. Die achterkant van onze muur is leeg. Daar groeit niets. Geen bloem, geen struik, geen onkruid.

Slow writing

Het staat vast. Ik ben een slow-writer. Zover ben ik ondertussen wel. Je kan het een beetje vergelijken als de slow-photographer. Eén van mijn vriendinnen is er zo eentje. Zij neemt rustig haar tijd om de persoon voor haar lens zo mooi en authentiek mogelijk in beeld te brengen. Terwijl ze nipt aan haar glas wijn of kopje koffie of thee, bekijkt ze je vanuit haar ooghoeken en vormt ze eerst in gedachten hoe ze je voor de camera wil. Je ziet haar letterlijk denken hoe ze jou het best in beeld brengt. Zet ze het licht wat harder of juist zachter, verscherpt ze haar lens, of verwisselt ze van achterdoek. Alles wordt minitieus bekeken, ontleed en bijgeschaafd waar nodig. Heerlijk om dit proces van nabij te aanschouwen. Het brengt rust, diepgang en zet tijd in evenwicht. En wat in fel contrast met die workshop creatief schrijven, die ik zo nodig eens wou volgen, en die me robuust met mijn gezicht tegen een leegte smakte. Eerst en vooral kwam het door die tijdsdruk. 5 minuten kreeg je om ter plekke iets uit je pen te schudden. 6 tot 7 maal toe op één avond tijd. In snel tempo werd er een stukje ruimte, spanning, setting of een ander onderdeel van het thema van de avond uitgelegd en dan kreeg je als opdracht het in casu in te oefenen. En daar zat ik dan, haaks tegenover mijn co-workshoppers, die ik telkenmale vrolijk en vlijtig hun blad of word-doc zag of hoorde aanvallen. Druk en opwindend, hoge sprongen makend, bestookten ze hun toetsen en pennen, schudden uit het niets een of ander lyrisch, wel omschreven drama, romance, verlangen, angst of anekdote. Met een naturel wisten ze de juiste letter, woordkeuze, komma te poneren, kleurrijk en intens, jonglerend met stijlen, zinspelingen, het ene adjectief nog mooier dan het andere, bovenop een of meerdere subjectieven en andere substantieven geëtaleerd , vergelijking na vergelijking, zoals die lange, glanzende slang die zich soepel en lenig kronkelt tussen alle letters en woorden in en muisstil glijdt naar haar nietsvermoedende prooi, die badend in het zonlicht ….. of de kabouter die stilzwijgend gluurt naar de dochter die zich voor haar briesende moeder verstopt achter de bloeiende appelboom, … dit om te illustreren wat er die vrijdagavond steevast op het menu werd aangeboden. En daar zat ik dan tussen. Droog en fantasieloos. Te staren naar een blank blad, dat op me wachtte om gevuld te worden. Ik focuste me op het focussen. Ogen verkleinend, denkrimpels in overdrive, wrong ik mijn pietluttig stoffig brein uit als een droge vod en niks verscheen. Hopeloos snakte ik naar zo’n beeld, dat zo probleemloos bij de andere “work”-shoppers aan hun horizon verscheen. Een glimp. Iets dat mijn fantasie prikkelde, want ja, ik wou ook best openstaan voor die interessante wind, die onze richting werd uitgeblazen en die wou ik ook best inademen. Alleen… Ik schoof wat op m’n stoel, switchte het ene been over het andere, keek schichtig naar rechts. Geen goed idee, de fantasievolle begon net aan haar 2e pagina.. Terug maar naar het open blad voor me. Hopeloos. Ik staarde leeg recht vooruit. Een deugdzame vrouw keek opgewekt terug. Ik voelde de minuten over me heen druipen. Down, down, down. Tijd werd nijpend. De riem van mijn broek sneed in mijn vel, om me er aan te herinneren dat het tijd werd er iets aan te doen. M’n t-shirt schuurde onder mijn oksels en mijn hand lag stil. En dan was het gedaan. 5 volle lege minuten lang. Voorbij. Sommigen breiden er nog snel een paar laatste zinnen aan om straks hun luisteraars – wij dus – te verblinden en beschamen met hun overvloedige, wulpse, boeketvolle, fluwelen kleurrijk etalerend, sprankelend stukje proza, want ja-ah, dat hoorde er ook bij, je volgeschreven bladzijde open en bloot in de groep smijten en wachten op de beleefde ohh’s en de aahh’s en de brave ontleding van de op roze wolkjes lopende instructrice. Je begrijpt dat mijn beurt snel finito was.

Wat ik al lang wist, maar vergat te vertellen…

Mailbox bleef leeg. Mappen keerde ik uit, van binnen naar buiten en omgekeerd. Je moet in je spam kijken, zei ze. En zo gebeurde. Ik spamde mijn hele digitaal bestaan door met een grondigheid om u tegen te zeggen. Alsof ik mijn existentie viraal diende hard te maken, en, uit voorzorg, zou ik me ook nog wat extra documenteren met een vergeten historiek, vervlogen oud nieuws, mocht de twijfel zich stellen. Zó grondig ging ik te werk. De gedrevenheid spatte weliswaar uit mijn vel. Niet van, maar uit. Ik begon er spontaan van te zweten. Het okselvijvers noemen is misschien wat overdreven, want daar doet mijn lijf normaal gezien niet aan mee.. maar toch.. dit allemaal om u een beeld te scheppen van mijn aanpak. En neen. De zoekfunctie spuwde niets uit. Leeg. Dan maar een replytje sturen en hartelijk blijven… Het bleef belachelijk eenzaam aan deze kant van het scherm. Blank. Geen antwoord. Geen ping. Seconden werden minuten en minuten vermenigvuldigden zich vlotjes. Dan maar iets anders doen. Ik stak mijn neus onder mijn oksels. Ach, ja, de deo en liep naar de badkamer. Ik lifte mijn shirt o.. ping!… terug naar mijn laptop en daar stond het te blinken op mijn scherm. Trots en vetgedrukt. Voorzichtig dubbelklikte ik op het bericht. Het accentje in je naam was er teveel aan, begon ze…

Zot, drama of horror.

WP_20170831_006

14u45 zetten we hem af aan het station. Volgende week vrijdag moet hij terug zijn. Dat is de afspraak. Vastberaden verdwijnt hij. Mijn hart rijt in miljoenen stukken uiteen. De bijl hakt er stevig in. Kan bijna niet meer ademen. Zot ben ik, dat ik hem dit laat doen. Waar zit mijn verstand? Wat doet hij toch? Waar is hij aan begonnen. God. Dat hij thuiskomt! De nachten in een bos, is waar hij het meeste bang van is, zegt hij met een lach en hij arriveert pas wanneer de avond al is neergedaald. Mijn jongen, toch. ‘Vanavond en vannacht is het helder en vrij koud. De temperatuur daalt naar 1-3 graden met lokaal vorst aan de grond. Morgen en donderdag is het fris en droog met veel zon. Vanaf donderdagavond wordt het wisselvallig en zachter. In het weekend valt regelmatig regen en wordt het circa 15 graden.’ Het weerbericht verlicht tijdelijk de druk op mijn hart, maar er komen minimum evenveel nachten aan. En ik zie op dit moment alleen maar denkbare drama’s. Onheil dat hij hopelijk nooit tegenkomt. Ik wil gillen, krijsen ‘kom terug! Doe het niet. Blijf!!’ en janken is wat ik doe. Dit voelt niet aan als een goed plan, maar toch bewonder ik hem tot in de toppen van mijn tenen. Krachtig en uniek is hij. Hij kijkt zijn angsten recht in de ogen aan, kan niet wachten op antwoorden, heeft hopen vragen en hunkert naar een toekomst, die hem eigen wordt. Op dit moment heb ik nood aan mijn lief, die mijn lief niet is. Hij kan me kalmeren. Pragmatisch, rationeel, ongenaakbaar. Mijn kleine ik giert terwijl de grote smeekt dat hij veilig en gezond terug thuiskomt. Ik weet niet hoe ik deze 10 dagen moet aanpakken. Nul contact, in het ongewisse zijn, blijven, niet weten of hij ok is, of hij uberhaupt nog leeft ( God! Dat hij nog leeft!) , dat hij niet uiteengereten wordt, een everzwijn, een jager, uit z’n hangmat is gevallen, koud heeft, vuur kan maken, eten heeft, angsten doorstaat. God, laat er geen maniakken rondlopen. Dat zeker niet! Hij is zo kwetsbaar. Helemaal alleen. Enkel zwart, bomen en wilde dieren rondom hem. Mijn hart is samengedrukt. De helft van wat het is. Samengeknepen, amper ruimte om te ademen, mijn bloed stolt ter plaatse. Als hij dit kan, kan ik dit ook. Zijn zus staat ondertussen terug in haar kracht en ik sop verder in mijn tranen. Ik zie de pompoen op het terras.. 18u21 en het is al pikkedonker. Moest hij nu voor onderdak hebben gezorgd, maar dat is dus niet. Dat is het hele plan. Slapen in een hangmat, hoog boven de grond, in een donker bos. Geen mensen. Vooral geen mensen. Helemaal alleen. Zot ben ik. Ik stouw zijn msn nog vol met adressen waar hij kan landen, maar die hij wellicht niet zal lezen. Het kalmeert me, terwijl ik de nacht inkijk en huiver. Ik draai me om en loop de keuken in op zoek naar een mes. De pompoen gaat er aan. 

Louis-dag

61560380_1354976417988394_1587832603124170752_n

19 jaar en 1 dag om precies te zijn. Zo oud is hij. Op de kop. Gisteren was het te druk, begrijp je, om hem online de gepaste aandacht, wierook, bloemen, mirre en andere geneuglijke aanstellerij te tonen. Niet dat hij er om vraagt. Een dag zoals alle andere, is zijn motto. Maar gisteren? Gisteren was een gewone werkdag en had ik niet de tijd om woorden te laten neerdwarrelen op mijn scherm. 

Vandaag daarentegen is het dé feestdag. Deze dag had eigenlijk één dag vroeger moeten vallen. Op zijn verjaardag. Louis-dag noemen wij hem thuis. Maar jullie zouden deze dag ook zo voortaan kunnen noemen. Dat vinden wij niet erg.
Enkel humor, liefde, muziek en warmte zijn toegestaan op deze dag.

En dàt vieren wij vandaag. Niet dendiene daar hoog in de hemel, neen, neen, maar dendiene die ons constant blij maakt, die dagelijks zijn gitaar vastpakt en ons verwent met zijn talent, die uniek is en integer, die niet buigt wanneer het niet gaat, die creatief en met humor onze wereld omarmt, die zorgt voor wie hij liefheeft, die krachtig en scherp zijn inzichten deelt, die een groot hart heeft en dat ook graag deelt.
Het zou elke dag Louis-dag moeten zijn.
Voor iedereen.
Wij zijn gezegend.
Thank God! ❤️

De dag erna

WP_20140828_001(2) (1)

De dag erna

tel ik de sokken voor één van mijn voeten, de andere moet het maar zonder doen.

De dag erna

denk ik aan de vorige dag en vind ik alvast morgen uit.

De dag erna

is de dag van mijn kater.

De dag erna

bedenk ik wat ik allemaal nog moet doen en loop een andere richting uit.

De dag erna

zink ik in mijn zetel en val uit verveling in slaap.

De dag erna

verstop ik mijn voornemens in de kleerkast, tussen al mijn miskopen.

De dag erna

is de dag voor de volgende dag en wat weet ik er van..

De dag erna

ga ik het allemaal beter doen en herval in oude gewoontes.

De dag erna

komt

en

De dag erna

gaat.

Punt.

Het rechte pad

Laat me je haven zijn,

Die veilige kamer.

Geef me die plek,

waar je je zelf mag zijn.

Laat me die duistere ruimte zijn,

waar je demonen naar buiten komen.

Laat me je veilig doen voelen,

Zonder oordeel,

Geen veroordeel.

Gewoon je diepste angst.

Vier ze welig.

Toorn ze hard.

Ontdoe je van die banden.

Zwier ze aan de kant.

Even.

Heel even.

Laat los die duivel

En voel je vrij

Schreeuw je hart uit

Klop op je borst

En toon die zwarte diepte

Immens

Intens

Duik er in

Dans

En zwelg

Je krachten

Nodig voor de dag

Je kan er weer tegen

Je kan het weer aan

Laat mij die haven zijn

Die veilige kamer

In je bestaan

Sulawesi, droomeiland in nood.

#41bb7abf2338056716cd4b56e909214e

Ik werd gevraagd mee te werken aan een project om Sulawesi financiëel te steunen. Zoals u weet overspoelde op 28 september 2018 een tsunami Palu en omgeving. Op korte tijd werd een kwart van Sulawesi van de kaart weggeveegd en veranderde het droomeiland in een mum van tijd naar een eiland in nood. Deze dag staat voorgoed gegraveerd in de geschiedenis.

#Margareta van Dijck had een tijdje geleden Sulawesi bezocht. Om de slachtoffers van de tsunami te helpen, besloot ze, in samenwerking met #JosBergmans; #studio47, haar wondermooie foto’s van die reis te publiceren.

Aan mij werd gevraagd om haar foto’s te voorzien van teksten.

Met dit fotoboek willen we de wereld tonen hoe warm, vrolijk, genereus, liefdevol en krachtig dit volk is.

De opbrengst wordt geschonken aan de organisaties die de slachtofferhulp ondersteunen. In Nederland is dat giro 6868, in België het Consortium 12-12.

* Layflat boek (35 euro, incl BTW ex verzending)

* 4 kaarten (8 euro, incl BTW ex verzending)

Beiden kan u bestellen bij mij, Jos of Margareta

jos@studio47.be;

www.margaretavandijck.be

Alvast heel veel dank voor jullie steun en jullie warm hart.

Liefs, Renée

 

Zout. Loos.

Zoutloos, reageert hij. Het woord zindert nog na. Ik had al lang spijt van mijn vraag. Dit bracht me onmiddellijk terug naar die ene zin op mijn rapport van een leraar Nederlands. “Alleen een hangplant vertoont minder karakter”, louter omdat er geen inspanning werd geleverd voor zijn vak. Dacht hij toen. Ludiek, denk ik nu, maar wel onuitwisbaar. Zo sprak hij het dus uit. Even tonisch als het woord zelf. Zout. … Loos. …      En zó ziet zijn dag er dus uit, denkt ze. Geen tonic, geen apérol, geen sprits. Gewoon zijn. Ter plaatse wat aanmodderen. Meer niet. Ben van mening dat ‘gewoon’ hier ‘niet gewoon’ is, maar hij, hij kijkt rond. Gewoon. En hij ziet niets. Ook gewoon. Zijn uitdrukking is … je weet wel… gewoon. Binnen zijn normen. Gewoon. Er moet toch meer zijn geweest, bedenkt ze dan. Zijn flair lijkt te zijn weggesijpeld… Zachtjes, onopgemerkt. Geen poespas. Gewoon. Een on-oplettendheidje langs zijn kant misschien? Of hij had gewoon geen goesting om het halt toe te roepen. ‘Laat maar’, alsof ik het hem hoor fluisteren. ‘Ik heb geen zin.’ Ik kijk hem aan en denk terug aan die leraar Nederlands.

En zàgen dat ze kan

Zaag maar, zei hij. 2 woorden. Eenvoudiger kon hij het niet maken. En we huppelden naar het machien. Vrouwen worden verondersteld de kunst te beheersen, maar dan doelt men op die andere discipline. Hier gaat het over een handzaagske. Zo eentje met een flinterdun blaadje. Zaagblaadjes in vakjargon. Ik ben al mee. Ik voel mijn borst zwellen van trots. Vol goesting buig ik me over de tool. Deze is van mij. Deze ga ik wel klein krijgen. Hoe moeilijk kan het zijn om recht te zagen. Zagen in het algemeen, tout court. Voilà. Ge tekent wat lijntjes en zaagt er volle bak op los. Die zaag? Tja, die denkt er het zijne van en knapt in twee. En mijn begin was nog niet ingezet. Dju. Tweede blaadje dan maar boven halen. Handvat tegen borst en duwen om die perfecte spanning te krijgen.  Longen volzuigen, adem in houden… Ik ben dan wel een blauw-paars gedrukt putteke rijker, maar dat bladje zit strak. En dan bedoel ik retestrak. Prachtig. Een werk van kunst. Klaar dus voor de tweede move. Zagen, zagen, zagen. Wat kan ik er nog meer over vertellen? De start zat alleszins goed. Lijntje 1 was gebrandmerkt. Het einde.. 3 lijntjes verder. Puh. Komt wel goed.

Millionaire van het moment..

40376841_296225481169173_11426876455124992_n

Gedachten dwalen regelmatig af. Ze zijn nog niet helemaal mee. Soms lijkt het, alsof ze geen meter vooruitkomt. Ze pusht, ze duwt, ze snakt naar klaarheid. Ze kijkt niet om en wrikt aan haar focus. Gaan met die banaan. Dat is het plan en ordening is het doel. Ze omarmt het met zachtheid en juicht de stelling tegemoet, luid, binnen in haar hoofd. Een dag bestaat uit 24 u. Toch weinig, bedenkt ze dan, en ze kijkt naar de lange rij.  Ze staat achteraan. Bakken tijd. Er is zoveel dat kan, zoveel dat mag. Kriebels, ongeduld, plannen, afleiding, die dingen kleuren het moment. En àllemaal kloppen ze aan de deur. Allemaal eisen ze aandacht. En ze laat ze binnen. Eén voor één. Ze staat toch aan te schuiven. De pret kan niet op. Ze volgt in gedachte het eerstvolgende beeld dat tevoorschijn piept en laat zich meeglijden op een stroom van prikkels. Ze vlijt zich neer op de grond en strekt haar benen. Rondom haar lopen mensen heen en weer. Een onbekende hand aait haar haar en verdwijnt tussen de massa. Een geste van ongekende zachtheid. Puur in zijn eenvoud. De rij zet zich in beweging. Ze staat recht en schuift een halve meter op.

(foto: Linkerwoofer Millionaire )

Is it humid today?

20729734_10154942930734211_6018485435553415451_n
Mijn brein creëert orde wanneer ik onder de douche sta, of wanneer ik de koelkast uitkuis, of wanneer ik in bed lig. Woorden poppen op, zinnen zwemmen voorbij. Alles vlot zo snel en makkelijk. Moet ik onthouden, denk ik dan, maar ben al op weg naar een ander zot, zinloos, mal, weet-ik-veel idee. Tegenwoordig zeg ik ze luidop, hopend dat ik ze kan vastgrijpen en bij me kan houden totdat ik ze kan blue-printen. Zwart op wit. Zodra ik een pen te pakken krijg.
Eerlijk? Het werkt niet… Steeds is het wishfull thinking. Ze stromen wel als water, maar dan..foetsie. Door de afvoer. Alsof ze nooit hebben bestaan. Ik moet er iets op vinden. Ik word er gek van. Evernote!! Dat is het! een appje op m’n gsm. Kan ik lekker ‘notitties’ nemen, terwijl ik me douche… 2 dagen heeft het geduurd om die gsm te laten drogen.. Het dan maar opnemen, dan valt die gsm tenminste niet uit m’n handen, dàt moet helpen. Ja, deu-euh. Mijn douche heeft een glazen wand. Hermetisch afgesloten. Enkel wat gemompel in de verte, overstemd met héél véél water. Ook geen optie dus..
Filmen dan?? Lieve god!

Notitties

Rusten zonder potten breken, zonder kraters slagen, zonder afbakening, geen punten stellen, het kind niet bij z’n naam noemen. Laat de wind zijn werk doen en het stof zachtjes neerdwarrelen.

Modern styling

InstagramCapture_c019934f-ab67-4a63-bd23-4bbec98875a0

Modern styling zegt het uithangbord. Je moet het dorp al goed kennen, wil je dit salon vinden. Het straatje ligt verborgen, geplaveid met blote koppen en kronkelt zich voorzichtig weg van het centrum. Het bord belooft alleszins van wel. Op het eerste zicht lijkt dit dorp te slapen. Kalm dobbert het aan de oevers van de Schelde. Rust is zijn gemoedstand. De mensen nemen hun tijd om aan je te wennen. Als men vroeger tegen me zei dat ik in een stad thuishoor, knikte ik bijna smekend van ja. Het stond dus niet op m’n verlanglijst. En toch ben ik hier komen wonen. Het lot heeft voor mij beslist. Eens de wittebroodsweken voorbij waren, toonde het dorp me zijn ware ritme. In winter, sta je hier voor gesloten deuren, uitgezonderd voor die deur van god. De mens mag ocharme nooit op vakantie. In winter, geraak je hier amper aan de overkant. De dijk ligt verlaten, veerboot op slot. De zomer daarentegen is andere koek. Dan is het uitkijken dat je niet wordt weggemaaid. Fanfares, boekenmarkten, happenings, dijken vol fietsers, wandelaars. Het dorp komt buiten. Intens gaat het in het moment. Zich ervan bewust dat er straks een nieuwe winter aan de deur klopt. Elke dinsdagavond zou een hoogdag moeten zijn. Dan meert er vrolijk een cruiseschip aan. De wereld stapt van boord en stoot op gesloten deuren. De locals liggen daar niet van wakker. Het is immers zes uur. Zij houden hun ritme aan. En toch bruist dit dorp. Wie hier langer vertoeft, merkt zijn musea en kunstgalerijen op. Ziet zijn artistieke gevels. Kent zijn schrijvers, poëten, fotograven, schilders, zangers, acteurs, beeldhouwers. Dit dorp herbergt ze allemaal. Creatieve zielen, mensen, die zich bronnen en heruitvinden aan deze oevers van de schelde. Naast de pottenkijkers. Authentieke mensen die hun leven leiden. Sommigen vanachter hun gordijn, in hun woonkamer, hun atelier, anderen op café of aan het water. Hoe zacht en integer het dorp ook kabbelt, je voelt je hier zelden leeg. Eenzaam nog minder. Zijn ziel plukt je, vrij en ongeremd, sust je aan zijn oevers, deint je zachtjes op z’n golven, omarmt je dromen, wiegt je mee op z’n ritme en nestelt zich teder onder je vel. Styling? Modern? Wie zal het zeggen.

Bloedmooi & vuurrood.

20180201_211533

Twee weken staat het daar. Te blinken in haar keuken. Gloednieuw en uitdagend. Klaar om in gebruik te nemen. Ze kijkt ernaar en komt niet verder dan kijken. Het is niet dat ze niet wil. Oh, neen. Het is gewoon zoveel meer dat er bij komt kijken. Die herinneringen. Die komen er gratis bij. En het zijn juist die dingen, die haar meewarig aanstaren en haar plaats tonen. Bam! Het ding blijkt het laatste houvast te zijn. Teder, intens en mooi. Vuurrood is ie. Stevig vervaardigd uit leder. Degelijk. Praktisch. En toch zo lieflijk zacht. Voor het leven gemaakt. Hij heeft er zijn ziel in gelegd. Gegraveerd. Zij heeft het per ongeluk gekregen. In een opwelling. Niet van plan om het aan haar te geven. Het is gewoon gebeurd. De gever deed het moeiteloos. Zonder er bij na te denken, recht uit zijn hart. De ontvanger daarentegen heeft het er moeilijker mee. Het staart haar verwijtend aan, telkens ze de keuken inkomt. Soms kijkt ze halsstarrig de andere kant op en doet ze alsof het er niet staat. Af en toe staart ze terug, niet goed wetend wat ermee te doen. Eénmaal valt ze er over. Vloekend en scheldend krabbelt ze overeind, stevig van plan om het weg te zetten in een hoek. Voorgoed. Waar het kan verpieteren en verkommeren totdat het vergeten is. Wát een rot plan! Als teken van boetedoening en ook uit schaamte, zet ze het dan maar pal in het midden van de kamer. En daar staat het trots te wezen. Twee weken al. Mooi en pralend. En nog steeds gloednieuw, bloedmooi en vuurrood. Zij kijkt ernaar en lijkt geen stap verder te komen. Of toch.. Ze opent de flap en steekt er haar sigaretten, haar herinneringen en haar vuurrood hart in… samen met haar laptop.

 

Ze zal dan maar de was gaan plooien

Emma Tillman

Emma Tillman

Met een glas wijn in de hand, installeert ze zich. Gedempt licht, geurkaarsen strategisch geplaatst, gepaste muziek op achtergrond. Zowel de dag als het huis bevinden zich in ralentis-modus. Kinderen bevinden zich elders, ver van hun baken. Ohh, ze is in the mood. Je hebt er geen idee van. Ze is er klaar voor, ze heeft er zo’n zin in. Schoenen worden uitgestampt, benen onder zich getrokken. Ze laat haar hoofd rusten. Beelden ontrollen zich, ogen lichtjes neigend naar REM. Het huis past zich aan haar ritme aan. Kat inclusief. Poten gestrekt, geeuw vanuit haar diepste kat-acombe, een oog even omhooggetrokken, situatie inschattend en tevreden regelrecht terug naar pot-toe-land. Rust. Eindelijk. Zen. Puur genot. In de verte manifesteert zich iets, amper de moeite, geen zin om zich terug te banen; de wereld laten voor wat hij is. Dat is wat ze wil. Balancerend tussen benul en onwetendheid. Duister, donker, tuimelend. Vol overgave gaat ze ervoor. Ze wilt het, ze smacht er naar. Hupsakee, die grens over. Dromen wil ze. Als ze er maar kan geraken, als ze maar wat meer moeite zou doen. Ze moet het. Ze kan het. Ze is het aan zichzelf verplicht. Ze roept. Ze brult. Alé! Kom aan! Toe! Dju! Volgende keer, belooft ze zichzelf, volgende keer. Ze staat op & denkt ontmoedigend praktisch….

Mon plat pays

Deze diashow vereist JavaScript.

Een zuivere kijk, reine blik op de wereld is en blijft één van de prioriteiten. Of Jack hier is gepasseerd, straten opengebroken liggen, autokerkhoven worden gevoed, mijn dorp blijft mijn dorp. Een streek met hoogtes en laagtes, mensen die weinig of niets te zeggen hebben, of juist misschien alles. Wie zal het zeggen? Alleszins de lokale bloemist. De brave man verklaarde onder het afknippen van wat bloempjes:” De die die hier wonen??Daar kunt ge niks van leren” en hij sneed z’n duim er per ongeluk af. Het punt is, mijn dorp verwelkt en verwelkomt me. Met armen uitnodigend, opengestrekt, glunderende blik in ogen en snelheidsboetes verpakt met een strik. Mogelijks verschillend met andere werelden, maar dan misschien ook weer niet.

 

Lyrische vlucht.

ac14-AUG-TillmanDe laatste portie letters zijn opgebruikt en hier zit men nu. Op droog zaad. Woorden verpulveren, ontrafelen, dwarrelen weg. Weg van het geschrevene. Vervagend, vervloeiend. Zachtjes. Tot het lege. Men lijkt leeg te zijn. Achtergelaten. Niet goed weten wat uit de pen te schudden, alhoewel de mond niet stilstaat, krijgt men ze niet geordend op papier… Ze zijn gaan vliegen, stelt men vast. Men vindt ze niet meer. Het lijkt alsof ze zijn opgestapt of rollend naar het luchtige, geen spoor achterlatend. Ik heb het gehad, moeten ze gedacht hebben. Er wordt toch niets meer met ons gedaan. Al die tijd zitten we hier opgesloten, zonder enig teken van leven, zonder enig vooruitzicht. Weinig geduld, is dan het weerwoord. Men voelde het even niet. Mag het? Denkt men dan. En men gaat weg, maar wordt gedwongen terug te komen. Gedachten vol letters. Herschikt. In een andere volgorde. En men haast ze te vangen, men ziet ze dwalen, dwarrelen. Weg.

foto: Emma Tillman

 

 

Mag ik je kar, meneer?

be506a5649e5f4bf69d562edd2c38700

Al dat wachten in de Colruyt.. Geen favoriete bezigheid, begint hij, maar wel een noodzaak. Het enige lichtpunt is dat ik dan tijd heb om rond te kijken. Ik kijk hem vriendelijk aan. En ik bedoel hiermee écht kijken, hé. Zo van bestuderen en spotten. De nonchalance van enkele gelijke zielen. De ogen, die zoeken naar verstandhouding. Het ongeduld, dat van meerdere jassen schaamteloos afdruipt. Het aansluiten in smalle gangen, met als enig vertier de rayon noodles en Bertolli. De blikken, die speuren naar het minst gevulde winkelkarretje, de spurt naar de kortste rij, de lichte tik die jij voelt als je hun weg belemmert. Galant. En dan staan die terug stil, gaat hij verder. Meestal frank rondkijkend. Blikken bewust ontwijkend. Even voelen ze trots en glorie, totdat ze vaststellen dat het lot met hen speelt. Dat die rij helemaal niet vooruit gaat, dat de winkelbediende stilstaat, totààl niet scant. Op zijn gemak zoekt naar een code, die niet geregistreerd staat. Liefst nog geholpen door 2 collega’s. Karma. Hij lacht en verzet zijn kar. Zoekt in zijn zakken naar .. tja, naar wat? Zijn sleutels zeker? Dan kijkt hij naar de grond en verdwijnt in gepeins. Dit is het moment, denk ik. Hier kan ik overnemen zonder te schofferen. Maar dan hoor ik zachtjes zijn stem, alsof hij er nog niet uit is of dit wel bedoeld is voor andermans oren.. “Dan zijn er ook nog altijd die mensen… Die mensen, … die nog nooit hebben gehoord van “een persoonlijk territorium”. Die niet weten dat zoiets bestaat. Die dat niet kennen, niet aanvoelen, die blazen en zuchten in je nek, die tegen je jas aan schuren, meestal druk pratend, zelden stilstaand. Alsof hiermee de traagheid uit zijn versnelling schiet. Voor hen heb ik op dat moment het minste sympathie, zucht hij. Geef me mijn lucht, mijn ademruimte, mijn eigen tijdelijk spotje. Kom niet over die lijn. Alsjeblief! … Terug stilte. Ik bevestig zijn blik, zoek naar dat punt van afronden, maar voel zijn nood om verder te praten…. Ik kan er ook niet aan wennen dat mensen – en ik weet dat ik hier ver de enigste in ben – hun plooi-box met een schwung openkloppen, wanneer het hun beurt is. Kokket rondkijkend op zoek naar een bekend gezicht, totaal geen aandacht voor het fruit dat uit de weegschaal moet genomen worden. De winkelbediende laat de weegschaal voor wat het is en doet noestig verder, hopend dat de hint wordt begrepen. Zelden. Of te laat, ja. En met een oppervlakkige verontschuldiging, amper koud, staart hun blik alweer een andere richting uit. Méérdere conversaties heb ik al over het onderwerp gevoerd en telkens voel ik me er het buitenbeentje in. Zij zullen wel gelijk hebben, zekers, vraagt hij stil. Ik knik beleefd en verstop mijn zak lichtjes achter rug. Maar ík kan me er toch niet toe brengen, zen, gaat hij verder. Het voelt aan als schaamte. Het idee dat ik iemand anders zou opdragen mijn boodschappen te schikken in dat kleine kwartje kubieke meter. Neen. En pas op, meestal zijn die mensen dan ook nog niet rap content, hé. Neen, neen. Niet strak genoeg gestapeld. Niet recht genoeg gezet. Het koudste ligt van boven of juist van onder, de eieren op het bakske aardbeien. En dan, achter de rug van de brave man, in het geniep alles wat rechter zetten of op een andere plaats wringen. Ja. Regelrechte schaamte voel ik dan. In hun plaats. Enfin. Zucht. Ge kent dat wel. En hij kijkt me vragend aan. Ik lach schaapachtig, terwijl ik controle neem over zijn winkelkar. Met lede ogen kijkt hij naar mijn zak en ziet de  plooi-box.

 

Yes, week. End!

010_500_500_80_c1_c_c_0_0_1

Kom ik thuis en adrenaline hangt aan het plafond.

Het lijkt alsof ze maanden niets heeft kunnen zeggen, alsof ze eindelijk opnieuw contact heeft met de buitenwereld. En dit is nog maar de eerste week. De wetenschap dat haar broer haar eerste ontlading bij thuiskomt niet meer opvangt, overvalt me en maakt dat ik me installeer en mijn focus op haar richt. Ze zegt het niet, maar het is zichtbaar. Ze heeft hem gemist. Hoe kan het ook anders? Ik was me al aan het afvragen hoe dat gemis zich zou manifesteren? Wel, dit is het.

Mond staat niet stil, ogen knipperen, zenden morse tekens uit. Wenkbrauw schiet omhoog, omlaag (zonde dat zijwaarts geen optie is, die had ze met meer dan genoeg verve tentoon gespreid). Ze ratelt er op los, elk onderwerp passeert de revue. Liefst van al de triviale onderwerpen, die beroeren haar het meest. Hoe meer ze merkt dat ik haar volg, mijn tijd voor haar neem, hoe heftiger, opgewekter, sneller ze begint te praten. Armen, handen, vingers. Ze vliegen allemaal de lucht in, ze priemen naar ongeziene hoogtes en knipperen hevig. Ze huppelt en springt, zit neer, wipt op en dartelt. Een kus wordt geplant halfweg mijn voorhoofd, terwijl ze verder in het rond fladdert. Energie spat, woorden spuwen voort, zinnen krijgen geen punt, ruimte wordt gevuld, gemis krijgt een kleur. Onze eerste week zit er op en keukendeur vliegt open.

Yes, week. End!

Keske tu fee?

 

De toekomst holde zich te pletter en haalde me in. Ik had het vertikt om achterom te kijken. Had ik het gedaan, dan had ik hem nog zien aankomen en er iets aan kunnen doen. Maar, neen, gepakt en gezakt én met zonnebril op, liep ik door en nu kom ik gehavend aan. Hij tikte me niet op de schouder, hij riep me niet tot de orde. Neen, neen. Langs de achterdeur sloop hij gewoon stil naar binnen en installeerde zich in mijn zetel. Duidelijk op z’n gemak keek hij me aan. Ik had het misschien meer geapprecieerd als hij beleefd had aangebeld. Dan had ik hem kunnen uitleggen dat hij zich heeft vergist, dat hij te vroeg was en dat hij binnen 2 jaar nog eens mocht terugkomen. Hij zou me uitgelachen hebben, dat wel, maar ik zou tenminste toch mijn zeg hebben gehad. En nu, nu zit ik hier, met hem tegenover me, wachtend op wat komt. Ik kan niet doen alsof hij er niet is. Ik ben het aan hem verplicht, wil ik het nog rechttrekken. Er is geen betere oplossing. Hij rijkt me de hand. Ik pak het aan & het huis gaat over in treurmodus. Mijn kereltje verlaat mijn nest. Sneller dan verwacht. Er was geen ontkomen aan.

 

Ginger has entered the building (bis)

WP_20170805_003

Hij neemt tegenover haar plaats. Ze kijkt opzij, ontwijkt zijn blik & overdenkt de situatie. Een snotjong dat bruist van energie, denkt ze. Wat moet ze daar nu mee? Hij zoekt haar blik en volgt die mee naar buiten. Auto rijdt traag voorbij. Meisje in passagierszetel zoekt met haar ogen naar iets bekends. Kon niet meer opmaken of ze het heeft gevonden. Auto wordt gedubbeld – overtreding volgens de letter van het verkeer – en snelt weg. Zijn lachsalvo haalt haar uit haar overpeinzing en brengt haar terug naar waar ze is. Tegenover hem. Hij heeft haar aandacht en voelt een lichte overwinning. Ze laat hem in de waan en lacht open terug. Duidelijk in zijn nopjes, vaart hij verder op zijn elan. Wanneer haar glimlach helemaal openbreekt, krijgt hij echt haar aandacht. Ze leunt relax achteruit en overschouwt zijn pret. Charmant, denkt ze. Hij voert het tempo op, het ritme van het gesprek is op full speed. Hij lijkt het naar waarde in te schatten. Ze voelt dat hij alles in zich naar boven haalt om haar bij te houden. Af en toe onzeker, maar steeds met schwung. Innemend. Het raakt haar. Ze kijkt nu echt naar hem. De comedy, de drama, de overdaad, het maakt hem de man die hij is. Hij valt niet uit z’n rol. Zij is zijn publiek. Verveling maakt hier geen schijn van kans en sluipt mokkend en afgunstig terug naar zijn hol.

Ginger has entered the building

56de3c67d11a7ef02a66596236c8f4ff - kopie

Ginger has entered the building, leest hij luidop, wanneer hij tegenover haar plaats neemt. De zonneschijn wijkt niet van zijn gezicht. Zij moet niet onderdoen. Het lijkt alsof de ene de andere wil overtroeven. Eindeloos. Hier moet iets op gevonden worden. Dit kan toch zo niet doorgaan? Hij probeert haar uit haar eventwicht te brengen. Zij bijt zich vast, is on top of her game. Dat zag hij niet aankomen. Dan maar één van zijn betere troeven op tafel smijten. Denkt hij. Hij had niet verwacht in haar zijn opponent te vinden. Dalen kunnen ze niet. Ze vinden elkaar, daar, ergens, waar hun lach niet dooft.

 

Blik op de wereld.

you look fine

Zij kijken me schuchter aan, blik snel wegdraaiend. Ik lach vriendelijk terug, afvragend wat er aan de hand is. Ik stap na het werk in auto. Oog valt even stil op spiegel. “Oei, denk ik, ben onderweg precies wat eyeliner kwijtgeraakt.” Ik lach, start motor & vertrek. Onderweg naar huis schroeit m’n blik zich aan spiegel. Ben blond-weg één eyeliner vanochtend helemààl vergeten. Plots snap ik hun verlegenheid. Thuisgekomen, haast ik me om me klaar te maken. Ik ben laat & mensen wachten op me. Gezellig, denk ik, als ik eindelijk toekom, we zitten buiten. Top. Ik geef m’n jas aan de ober & zet me bij de rest. Metgezel naast me fluisterend: “is het normaal dat het etiketje aan de buitenkant hangt?”

Home sweet home

19143263_1374572459286298_7307605252881314895_o

Heb je zo hard gemist en ben zo blij om terug thuis te zijn. Haar ogen stralen, de glimlach wijkt niet van haar gezicht. Valies wordt gedropt in living, schoenen vliegen aan de kant. Ze gaat verder met haar monoloog, mond staat niet stil. Hoe tof dat je m’n lakens hebt ververst. En, ohhhh, eindelijk opnieuw in de douche & ze strekt haar armen. Haar zweetwalm bereikt me. Ze is niet de enige die blij is met de douche. Zullen we vanavond lekker samen frieten gaan halen, gaat ze verder? Ik wil niet van je zijde wijken, ik heb je zó hard gemist. Het is zó gezellig thuis. Maar nu eerst effe gsm opladen. Die is dood. Mamsie?? Ma-amm? Is het goed dat ik effen naar de kaai ga & oh ja, morgen heb ik afgesproken met m’n vriendinnen. Daaaag. Kus op voorhoofd en deur klapt dicht. Het ritme herstelt zich.

 

Imagine .. will .. create

9a0f556ebb84ea87724ec294ce9cdf69

Winter.

Afspreken?

Thee, niet?

mmm.. kan ook. Of doe toch maar koffie.

Top.

En?

Vind je wel grappig.

Hoezo?

Less is more.

Dus?

Wacht nog steeds.

Van waar ben je?

St Amands. Pas op, centraal gelegen, zen.

Aan de Schelde?

De diene, ja.

Jij?

Keerbergen.

Mechelen, Brussel,.. kan allemaal.

Bwa, ze hebben wel goeie koffie aan de Schelde.

Jamaar, in winter is dat hier dood & zeg nu niet dat je er pannekoeken bij wil, want dan moet je wachten tot de lente.

Mag zonder.

Lente.

En?

Je kan afkomen en dan nemen we die tas koffie – eventueel met een frangipanne-koek voor jou en een croissant voor mij. Misschien nemen we ook dat vleugje ik-weet-niet-wat & komt uit onverwachte hoek een windstoot die ons boost en toont dat het allemaal niet voor niets is geweest.

Stilte.

Zomerbar is open!

Met koffie?

Apero.

& tapas ondertussen ook.

Wanneer?

Zeg maar.

Imagine .. will .. create ..

Architecturaal enthousiasme.

 

 

 

Knokke. Putteke winter. Zand vliegt in het rond.

Hond springt enthousiast.

Baasje duidelijk minder. Of niet.

Als je beter kijkt zie je iets anders.

Binnen zijn vermogen – laten we duidelijk zijn – lijkt hij opgewonden.

Een zachte tik aan ogen.

Lichtelijk spottende glimlach rond lippen.

Onhandig, zenuwachtig gepulk aan jas, verraadt hem.

Hij is niet veel van zeggen. Nooit. Zijn naturelle doen.

Het idee aan pannenkoeken & het vooruitzicht op tijdelijk gezelschap, kleurt zijn dag.

Hond rent tegen hem aan.

Wind snijdt in z’n gezicht.

Knokke. Putteke winter.

Een architecturaal hoogstandje.

 

Misverstand

448184eed8ac1618f38e4d7637707daf

Sta aan te schuiven om in te voegen op de baan.

Claxon.

Kijk in achteruitkijkspiegel.

Man zwaait enthousiast en aandoenlijk. Hij is duidelijk blij me te zien.

Ik zwaai terug. Herken hem niet.

“Neen?”, zie ik hem teken doen.

Ik draai me om. Herken hem nog steeds niet.

Kijk dan maar weg van het beeld.

Kijk nog eens in spiegel.

Hij knikt vragend van neen, lacht schaapachtig & wuift me nog snel enkele handkusjes toe.

Ik draai af en zie hem gegeneerd lachend de andere richting uit stuiven.

 

 

 

Zoveel te doen

Camera360_2017_7_8_095025[2]

Geen idee hoe ik aan die 50 single paar sokken kom.

Nooit onder indruk geweest van 50 tinten grijs.

Hóe snel ben ik hier geraakt? Tegen 50 per uur??

Ik ontvlucht 50 single gedachten.

Leid ze binnen mijn kunnen.

Is 50 keer eigenlijk wel genoeg?

Volstaat dat om je als ervaren te promoten?

05 wil je helemaal niet zijn. Wordt vergeten in elke context.

Maar 50.

50 dingen te doen. Minimum.

F***. Moet stoppen.

Al méér dan 50 woorden.

Handtas-issue

FB_20150105_06_24_08_Saved_Picture 1

Tussen de soep en de patatten spurt ik naar de afspraak.

Gedachten bij morgen. Weet niet waarom ik vandaag heb toegezegd.

Had niets beters te doen, maar toch..

Haal sleutel uit het contact en kijk op.

Aarde beweegt in slowmotion.

Stap uit en loop naar reden van ontmoeting.

Stemmen, voeten, zonlicht, abstract genot, tuinen.

Een onverwachte oktoberse zon-dagmiddag.

Eentje waar je, bij het ontwaken van die dag, de waarde nog niet van inschat.

Het afbreken van je handtasriem is maar een akkefietje. Denk je.

Het wordt een statement. Blijkt veel later.

Plaatselijk hersteld. Goed als nieuw.

8 maanden later snapt andere kant.

Een handtas-issue.

a piece of work

chronik_einer_affare_mf348_thumb

Ik ben een warme vrouw, al zeg ik het zelf.

Eerlijk, grappig, humor (heb toch lachspieren laatste keer ik checkte)

Oprecht.

Zo ééntje waarop je kan bouwen.

Trouw & niet flauw.

Kortom. Een stuk. Dat ben ik.

Hot.

Toegegeven…meestal in de mond genomen door benevelden, wiens remmingen zijn gaan lopen na het heffen van enkele pintjes.

Over het algemeen ook nog slissend met een hete patat in de mond.

Probeer te ontwijken. Te laat. Veeg de spuchels van m’n gezicht.

Beter iets dan niets, is het motto.

 

 

 

Harten dame

391290_10150383862211843_140914753_n

Kaarten worden niet getoond; Dubbele agenda half verstopt.

Geen moeite meer om te verbergen; Half daglicht, half weggemoffeld.

Masker valt af. Troef is uitgespeeld.

Bij het ontwaken kijkt de kater je recht in de ogen.

Jeetje, denk je, hier moet ik iets aan doen.

 

HSP

309698_432510223487158_1544773618_n

Ik zal je iets vertellen.

Ik ben HSP.

Hoogsensitief in de volksmond.

Toen ik me daar bewust van werd,

vielen veel dingen op z’n plaats.

Het geeft evenwicht.

Rust.

Gestaag .

Er zijn nog enkele schuifjes die ik moet uitmesten.

Eén ervan ben jij.

 

Inwisselbaar

Hoe leuk ik ook ben. Het is haar die je verkiest.

Hoe hard je ook kreunt onder me. Het is voor haar dat je die tafel reserveert.

Hoe geil je ook bent. Het is zij die naast je wakker wordt.

Hoe hard ik je ook opwind. Het is haar deur die je opendoet.

Hoe lastig je ook wordt. Het is zij die over je kinderen’s tongen gaat.

Hoe snel je ook wegrent. Het is zij die je terughaalt.

Hoe stevig je ook je grenzen opstelt. Het is zij die je opbelt om te vragen waar je bent.

Hoe hongerig je je ook voelt. Het is zij die voor je kookt.

Hoe vaak je je dreigt te verliezen. Het is zij die de kleur van je dag bepaalt.

Hoe meer je je verstopt. Het is haar leegte waar je bang voor bent.

Alhoewel.

Zij, ik, haar..

Allemaal inwisselbaar.

Fors gebouwd

Camera360_2016_5_15_122333

Soms, heel soms gebeurt het. Spontaan. Eigenlijk wanneer we het al lang vergeten zijn. Dat uitdovend licht, dat ooit helder, klaar en duidelijk was. Dat schitterde, ’n duidelijke print op je netvlies was. En dat door de tijd zachtjes vergeten wordt. Onmerkbaar. Stilletjes verdreven naar de achtergrond om geluidloos te verdwijnen in het rag van ons geheugen. Soms, heel soms gebeurt het. Licht het onverwachts weer op om ons te verrassen, het opnieuw te kunnen bewonderen, om het leven even weer schwung te geven. Je zei dat ik er steeds met je over mocht praten. Wel, het is fijn te horen dat men een “fijne verademing” is. Het is fijn te weten dat men een imprint heeft achtergelaten, in welke vorm of toestand ook. Maar, lieveke, élke vrouw verstaat onder “fors” eerder “sterk, krachtig, power”. Zullen we dan ook afspreken deze gedachte als eufemisme in de spotlight te zetten? Geef nu toe, dat is toch een veel mooier en helderder licht om te laten uitdoven? Warme & heldere groetjes.

Agendapunt : I.M., DAIEDSLH of M.T.

Camera360_2016_3_3_063454( Indruk Maken; Doen Alsof Ik Een Druk Sociaal Leven Heb; Me-Time)

Het raakt me diep in mijn ziel.

En wat hartverwarmend!

Een steun in de rug.

Eindelijk!

Herkenning!

Ja!

Het lift, zachtjes, maar duidelijk

-zwart op wit in die papieren agenda-

dit fnuikende, (h)erkenbare, alom aanwezig-zijnde,

soms zelfs geniepig-koesterende Remi-gehalte/-gevoel.

ik dank je daarom,

zonder enige vorm van schroom,

diep vanuit mijn innerlijke ik,

voor deze gouden tip.

 

PS mocht je verlegen zitten om soortgelijke opties. Deze werken ook:

A.G.G., V.N., S.I.O.T.G.G.V. afwisselend met S.I.O.T.G.G.M , B.O., B.O.D.S.V.

Achter Gordijnen Gluren,

Verrekijker Nemen,

Sterrekijker Installeren Om Te Gaan Gluren Vanavond,

Sterrekijker Installeren Om Te Gaan Gluren Morgenavond,

Blokje Om,

Blokje Om – Damned – Sleutel Vergeten (dat laatste is real-time)

Banaal

Camera360_2016_10_1_105928

“& koop eindelijk eens kussenslopen met drukknopen”, werpt hij in m’n gezicht,

terwijl hij opstaat van tafel.

Zo simpel kan het leven zijn.

Al maanden, néén, jàren komt het onderwerp te pas & te onpas naar boven.

Zoals gisteren.

Waarom weet ik niet meer.

M’n punt is

dat hij, de puber,

onmiddellijk tot de kern van de zaak doordringt,

terwijl ík hem al jaren probeer uit te leggen hoe onhygiënisch kussens zonder kussensloop zijn

en de strijd aanga met flappen.

 

 

Dialoog

 

10410354_756853494386161_8013460545129009631_n

Da’s goed, dat ik vóór hem op kamp ga, zei ze, dan heb je ons alle 2 een tijdje voor jou alleen en dan voel je je ook minder alleen.

Vind ik ook, beaamde hij.

Vind van niet, repliceerde ik. Ik vind het ook eens tof om zo helemaal alleen thuis te zijn. Heb ik eindelijk nog eens ME-time.

Ge zijt slecht in liegen, besloten ze alle 2 en stonden op.

Ze hebben gelijk.

 

 

?

9791f1cd385eaae27465bd02bfb663c4 (2) - kopie

 

Soms overvalt het me.

Ineens. Uit het niets.

Vermomd & toch zo herkenbaar.

Overwelmend, constaterend.

Geen uitleg.

Bam! Recht in m’n gezicht.

Ongevraagd.

Geen tijd is er verloren gegaan.

Geen moeite, het is er.

Gewoon.

& daar sta je dan.

 

Na een avondje chit-chat

10155475_645667175504794_3047828527969404780_n

En dan komt het

die ontnuchtering.

niet ervoor, niet tijdens

neen,

nadien.

Voorzichtig sijpelt het binnen

onopvallend

je hebt het nog niet door

sluipend, zoekend, z’n weg

totdat het zich vastankert

niet loslatend

koppig

overheersend

dwingend

manisch bijna

spuw het er uit

doe het

wil je vannacht rustig slapen

Het is géén NETFLIX serie; het is een HBO-serie! Insecure!

 

Zij die zich niet laat dumpen

8e7a2762-4c5b-11e7-8376-b9700662f242

Zelfs Nicole Kidman wordt geconfronteerd met die grens van 50

“50 en strak in het vak, Zij die zich niet laat dumpen” kopt de Standaard.

Las eerst : “50 & strak in het pak” … m’n ogen, die laten me in de steek, de geniepigaards.

Het doet wat met een mens zoals ik om dergelijke berichten te lezen.

Eerst en vooral al “wìe” er 50 wordt.

Dàn…

dàn springt er automatisch door m’n hoofd “Hà! Zij ook!”

Ònmiddellijk gevolgd door een “amaai, die ziet er nog goed uit! Zou je niet zeggen dat die 50 is”

met het onvermijdelijke vergelijk “ hmm, ‘k moet toch ook niet onderdoen, zen”

Héél naturel.

Dat doet goed..

Begrijp je?

koffie

InstagramCapture_0228de98-79c1-4d47-badd-0883a64d5fce

Zwart.

Geen suiker, geen room, geen zoet , geen crème.

Geen afleiding, geen omwegen, maar zwart.

Roetzwart.

Vers gebrand, niet verbrand.

Aromatisch, niet dramatisch.

Bitter, niet zoet.

Aanwezig, indringend, opbeurend.

Up, never down.

Je maatje, je nood, je inspiratie, je bron.

Krachtig, nooit slap.

Onmiddellijk, niet straks.

Klein, groot, mokkend.

Pittig, licht dromend.

Prikkelend, licht tintelend

Eye-catching, eye-opener.

Shottend, verslavend, kickend

Tierend, trekkend, trappend,

Razend, sjot onder je kont.

Heroïsch, overwinnend.

Heersend, meedogenloos.

Manipulerend, verleidend.

Oprecht.

Rechttoe, rechtaan.

Geen poespas, geen zijwegen.

Zuiver.

Puur.

Direct.

Telefoontje

WP_20170520_001 bewerkt

Kreeg ik gisterenavond telefoon.

Of ik alleen in auto zat, vroeg hij. (Hoe direct, stelde ik vast)

Of ik handsfree aan het bellen was. (Hoe attentvol, dacht ik. )

Of ik een minuutje had. (Meerdere, stelde ik me voor.)

Of ik het zie zitten om met gsm een filmpje te maken. (Voelde angst me bekruipen)

Of ik tegen zondag het hem kan bezorgen (Wéér deadline, ging door m’n hoofd)

Of ik m’n dochter wil verrassen ( Ik wil ophangen. De viezerik!)

Kwam hij eindelijk to-the-point (Hoe lang moet het duren, zeg)

Of ik aan dochter kan vertellen dat ze erdoor is (Waar heeft die man het toch over?)

en of ik dit wil vastleggen op camera (Jij kent m’n dochter niet, besefte ik. Hoop ik toch)

Het moet een verrassing zijn (vertelde hij)

Die eerste reacties zijn de meest oprechte ( zo denk ik er ook over)

Waar heeft hij het toch over?

Dan pas sprak hij het uit

Her voice

Hoe begin ik hier aan?

300

Hoe begin ik hier aan?

Net als in m’n leven, is dit het midden

Het midden van dingen

die een leven kleuren.

Toen, dan, nu, op dit moment, later, ooit, nooit.

Mannen, vriendschap, liefde, verlies, genot, pijn, angst, zwart-wit, grijs

Chaos in orde

Orde in chaos

Spinsels,

Moet er meer nota van nemen

Ze niet enkel in m’n hoofd gevangen houden

Om dan te vergeten

En nooit meer de schoonheid ervan te aanschouwen

Ik lieg als ik zeg dat ik 50 ben.

Ik lieg als ik zeg dat ik 50 ben. Bijna. ff nog, maar dan onherroepelijk.  Eerlijk? Ik kijk er heel sceptisch naar. Nieuwsgierig, afkeurend, afvragend, ongeduldig, vitaal, energetisch, voldaan, sleurend, rustig, trekkend, ..  Nooit kijk ik zo naar een leeftijd uit. Nog nooit heb ik zo’n vrees om te verjaren.  Verjaren? Vies woord. Klinkt als voorbij, over, oud,  Maar zo voel ik me niet. Er zit nog van alles in me. Diep. Borrelend. Verborgen. Ik voel het.  Kan het bijna aanraken. Ik krijg het er alleen niet uit. Weet niet hoe. Probeer. Zoek.  Deze blog is mijn manier om orde te brengen in mijn chaos. Mijn proces, mijn overleving. Dank je om mijn blog te bezoeken & welkom. Laat gerust een woord, reactie, berichtje, achter. Dat is altijd fijn & wordt geapprecieerd. Grtjs Renée

Dit is je allereerste bericht. Klik op Bewerken om het aan te passen of te verwijderen, of maak een nieuw bericht aan. Als je wilt, kun je dit bericht gebruiken om lezers te vertellen waarom je deze blog bent begonnen en wat je ermee wilt doen.