Zout. Loos.

Zoutloos, reageert hij. Het woord zindert nog na. Ik had al lang spijt van mijn vraag. Dit bracht me onmiddellijk terug naar die ene zin op mijn rapport van een leraar Nederlands. “Alleen een hangplant vertoont minder karakter”, louter omdat er geen inspanning werd geleverd voor zijn vak. Dacht hij toen. Ludiek, denk ik nu, maar wel onuitwisbaar. Zo sprak hij het dus uit. Even tonisch als het woord zelf. Zout. … Loos. …      En zó ziet zijn dag er dus uit, denkt ze. Geen tonic, geen apérol, geen sprits. Gewoon zijn. Ter plaatse wat aanmodderen. Meer niet. Ben van mening dat ‘gewoon’ hier ‘niet gewoon’ is, maar hij, hij kijkt rond. Gewoon. En hij ziet niets. Ook gewoon. Zijn uitdrukking is … je weet wel… gewoon. Binnen zijn normen. Gewoon. Er moet toch meer zijn geweest, bedenkt ze dan. Zijn flair lijkt te zijn weggesijpeld… Zachtjes, onopgemerkt. Geen poespas. Gewoon. Een on-oplettendheidje langs zijn kant misschien? Of hij had gewoon geen goesting om het halt toe te roepen. ‘Laat maar’, alsof ik het hem hoor fluisteren. ‘Ik heb geen zin.’ Ik kijk hem aan en denk terug aan die leraar Nederlands.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s