Er groeit een boom uit mijn muur

Er groeit een boom uit mijn muur. Naïef en optimistisch staart het me aan, op 2 meter hoogte en 20 cm uitpuilend, amper een halve meter verwijderd van Míster Boeddha-Boeddha. 53 bladeren telt deze muurboom om precies te zijn en er zijn nog van die babybladjes in het verschiet. Wat een humor. Ze klampen zich vast op 2 takjes, uitsplitsend naar links, naar rechts en naar boven. Groen, dik, sappig en gezond wuiven ze naar mij. Waarschijnlijk aangestoken door hun buurman, die vanuit zijn nis overuren draait met zijn  waaiertje. Ik, gezeten aan de ontbijttafel, fronsend terugkijkend vanachter mijn laptop. Het bijzondere is dat ik geen tuin heb, geen grond, geen boordje, perkje, voor- of achtertuin. Niks. Onze buiten is een betonnen koer met grote, degelijke tegels en een mini houten platform, wat eigenlijk onze entree is naar de kelder, dit terzijde. Het is een stevige rechthoekige bunker. Zuidgericht, dat wel (gelukkig). Links is er het tuinhuis, wat onnozel lijkt, gezien wat ik hier allemaal boven neertype, en rechts heb je een hoge, potige muur om ons van pottenkijkers af te schermen, ietsiepietsie opgeschmukt met een kast, een spiegel, een paar potten met planten en kruiden en een achtergebleven kerstverlichting. En daartussen gewrongen staat een lange stenen, afbladerende, witgekalkte muur. Door de jaren heen behangen met wat prullen, zoals de zonne-energie-vretende Mister Boeddha-Boedha, een papegaai, een medium-grote cactus, nóg een spiegel, een lege limoncello-fles, een picnic-tafel inclusief afwasbaar tafelkleed (praktisch), een paar teveel gebruikte bistro-stoelen en enkele plastieken hangbloemen. Gewoon, om ons het gevoel te geven dat we op een zuiders terras zitten ergens in de Provence of in Umbrië. Enkel de ober ontbreekt. Wij hebben dat graag. Het is niet dat wij elk jaar de kans hebben om vakantie te vieren in het buitenland, dus vinden we het fun ons dagelijks op een terras te wanen in Opio of Sienna.. en laat ons Griekenland er ook nog bij nemen, we zijn niet hebberig, zie je, we blijven in Europa. Maar, dan is er dat takje, dat éénzaam, blijgezind takje op die grote lange stenen, witgekalkte, afbladerende muur. Dat takje dat vol lef zijn best doet om een boom te worden, zoals zijn moeder of vader of hoe je ook die joekel van een boom kan noemen, die bij onze achterburen midden in hun tuin staat. Die hebben een tuin, ja. En vanochtend stond in die tuin naast die grote boom een kraan en hingen er 2 mannen te bengelen druk bezig met het snoeien van takken. Dit is mijn kans, dacht ik. Hoe erg ook, Ik moet hen vragen de levensdraad of tak van het kleine broertjes- of zusjesboom, die net achter het muurtje – ons muurtje – zo overduidelijk groeit, door te zagen of af te knippen. Alleszins datgene of die reden van het bestaan van de tak die door mijn muur priemt. Die mannen keken me raar aan. Ze begrepen niks van wat ik hen allemaal probeerde duidelijk te maken. Van dat er een tak uit mijn muur groeit en dat Míster Boeddha-Boeddha er duidelijk geen last van had, maar dat ik me wel ongerust maak, omdat onze muur, tussen dit en een tot-nu-toe-voor-mij  ongekend tijdstip, eerst wel zal kruimelen om dan ongetwijfeld te evolueren naar het volgende verval stadium, nl. het afbrokkelen, en van daaruit moe gestreden zal neer kelderen op mijn zuiders geïmproviseerde koer. Ze keken over ons muurtje, haalden hun schouders op en keken míj fronsend aan. Die achterkant van onze muur is leeg. Daar groeit niets. Geen bloem, geen struik, geen onkruid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s